richtlijnen kerkelijke uitvaart

De bisschoppen van België hebben in februari van dit jaar richtlijnen gepubliceerd met betrekking tot een kerkelijke uitvaart. Omdat deze brief soms verkeerd werd geciteerd of begrepen, ofwel omdat citaten of uitspraken uit hun context werden gehaald, verdient deze publicatie enige toelichting en duiding.

Maatschappelijke veranderingen en evoluties

De laatste decennia zijn er heel wat veranderingen in de omgang met de dood. Vroeger maakte de dood als het ware deel uit van het maatschappelijk leven. De overledene werd bijvoorbeeld thuis opgebaard. Het sterfhuis was vaak de plaats waar hij of zij heel zijn/haar leven had gewoond. Meestal volgde een kerkelijke begrafenis.
Mensen overlijden nu meestal in het ziekenhuis of in een woonzorgcentrum. De overledene wordt opgebaard in een funerarium. En de kerk bezit niet langer het monopolie van de uitvaart. Daarnaast bieden sommige rouwcentra, crematoria en rituelenbureaus hun diensten aan voor de uitvaart. Er kan dus van de overledene ook afscheid genomen worden in een funerarium of rouwcentrum, in een crematorium of op het kerkhof. Een aantal funeraria beschikken over een aula of auditorium, waar ook uitvaartdiensten kunnen worden gehouden. Het is een maatschappelijke evolutie die wij onder ogen moeten zien.

Door de steeds toenemende mobiliteit, de veranderde levenswijze, de verminderde invloed van religie ten gevolge van de secularisering zijn er ook andere opvattingen over het leven na de dood.

Crematies zitten in de lift. België telt momenteel 8 crematoria, in West-Vlaanderen zijn er twee (Brugge en Kortrijk). Meer dan de helft van de overledenen wordt gecremeerd. Dat is meer dan de Verenigde Staten, waar men dit percentage pas voorziet in 2017. Verwacht wordt dat het aantal crematies blijft toenemen. De as van de overleden persoon kan worden bijgezet op een kerkhof (begrafenis, columbarium), maar kan ook worden uitgestrooid op een strooiweide of op zee. De laatste tijd is er een toenemende trend van personalisatie van de as: deze wordt bijvoorbeeld bewaard in een persoonlijk attribuut van de overledene: een ring, een foto, een juweel, een (leeg) flesje van parfum… Mensen vinden het belangrijk dat zij een zichtbaar of tastbaar voorwerp hebben dat aan de overledene herinnert.

Brief van de bisschoppen

De bisschoppen schrijven dat een kerkelijke uitvaart enkel kan en mag doorgaan in een (parochie-)kerk. In feite is dat logisch. Wie gedoopt is, wie tijdens zijn of haar leven probeerde te leven als christen, zal wellicht opteren voor een kerkelijke uitvaart. Het is niet zozeer een verbod (priesters, diakens en gebedsleiders mogen niet langer voorgaan in een uitvaartdienst die plaatsvindt in een rouwcentrum of crematorium), dan wel een uitnodiging aan de geloofsgemeenschap om deel te nemen aan de uitvaart van een lid van die gemeenschap. Dat betekent concreet dat er vanaf 2015 geen kerkelijke uitvaarten meer kunnen of mogen doorgaan in de funeraria en in de crematoria.

Men zal dus niet langer beroep kunnen doen op priesters, diakens of voorgangers in gebed om een christelijke uitvaartliturgie te leiden in een funerarium of crematorium. Eventueel kan een diaken of een gemandateerde gebedsleider nog een afscheidsgebed uitspreken, maar dit wordt niet beschouwd als een volwaardige christelijke afscheidsliturgie.

De bisschoppen willen met hun schrijven de grijze zone wegwerken. Wie opteert voor een kerkelijke uitvaart, kiest voor een christelijke afscheidsliturgie in een kerk, waarbij een priester, een diaken of een aangestelde gebedsleider (m/v) voorgaat. De voorbereiding van de uitvaart gebeurt in overleg met de familie. Ook hier merken we een toenemende vraag naar personalisatie. Het vraagt soms heel wat pastorale wijsheid en diplomatie om enerzijds tegemoet te komen aan de vragen en verwachtingen van de familie en anderzijds recht te doen aan de christelijke liturgie of kerkelijke uitvaart, waarvoor men gekozen heeft.

Uitdagingen

Naast de eigenlijke uitvaart, die we zo goed mogelijk moeten verzorgen, verwacht de familie wellicht nog twee dingen van de geloofsgemeenschap. Wie bijvoorbeeld langdurig ziek is, oud of eenzaam is, verwacht allicht een bezoekje van een medewerker van de parochie waartoe hij of zijn behoort. En na het overlijden is in sommige gevallen een rouwbezoek aangewezen. De uitvaart-service mag met andere woorden geen geïsoleerd moment zijn, maar is liefst ingebed in een pastorale zorg (voor en na de uitvaart). Het is dus een pastorale opgave en uitdaging om enerzijds een goede service te bieden aan wie ons daarom vragen en om anderzijds de brede pastorale zorg niet te verwaarlozen (voor en na de uitvaart).