Goud voor pastoor Guido

Op zaterdag 1 juli is er in de kerk van de Zilverberg een dankviering ter gelegenheid van het gouden priesterjubileum van pastoor Guido Van Vlaenderen. Vijftig jaar priester … dat is een gelegenheid om met hem een babbel te slaan in de pastorie in de Karabiniersstraat.

 

Pastoor Guido, we zijn leeftijdsgenoten, allebei oorlogskinderen van 1942. Toen we klein waren bestond er nog geen televisie, aten we snoep vol rode kleurstof en moesten we levertraan drinken. Ja, we hebben al veel meegemaakt en veel zien veranderen.

Vertel eens je verhaal.

‘Ik ben geboren in Brugge op 10 april 1942. We woonden in Assebroek in een wijk waar toen bijna nog geen huizen stonden. Echt op de buiten. Het is misschien daardoor dat ik nog altijd een voorliefde heb voor de natuur en de open lucht. Vader was werkzaam als slachter, maar omdat hij in het slachthuis niet wou meedoen met oneerlijke praktijken van een Duits officier wisten ze hem te vinden en werd hij verbannen naar Duitsland. Ik was toen amper drie maanden oud. Toen pa na de oorlog terug thuiskwam was hij helaas een totaal vreemde voor mij. Ja, de oorlog kan op veel manieren leed veroorzaken. Mijn vader is dan voor de rest van zijn beroepsleven kraanbestuurder geworden terwijl moeder als huisvrouw zorgde voor mij en mijn jongere zus.’

Is er iemand in je leven die een rol kan gespeeld hebben in je keuze om priester te worden?

‘Er zijn verschillende mensen die ik daarvoor dankbaar ben. Mijn moeder, maar ook mijn grootmoeder. Na mijn kleutertijd en het eerste leerjaar bij de zusters in Assebroek bracht ik de rest van mijn lagere schooltijd door bij de Xaverianen in Brugge. Tijdens de schoolweek verbleef ik dan bij mijn grootmoeder en groottante aldaar. Twee diepgelovige mensen. Ik was misdienaar in de Sint-Jacobskerk en speelde ook wel “misje” thuis. Ik had een groottante in de Sint-Trudoabdij van Male die voor mij een kazuifeltje maakte en miskleertjes, vermoedelijk in de stille hoop dat ik priester zou worden. En kijk waar we nu staan.’

“Een kat heeft zeven levens”, wordt wel eens gezegd, maar pastoors hebben dat blijkbaar ook. Som eens al die episodes op

‘Na mijn collegejaren in Assebroek trok ik in 1961 naar het grootseminarie in Brugge. Tussen mijn priesterstudies door deed ik ook een jaar legerdienst bij de gezondheidsdienst. Na mijn opleiding in Aalst, ben ik  werkzaam geweest in het militair hospitaal in Brussel. Op 2 juli 1967 werd ik dan op mijn parochie Maria Assumpta in Assebroek door monseigneur De Smedt tot priester gewijd. Ik had altijd de wens uitgesproken om zo rap mogelijk op een parochie terecht te kunnen, maar in die tijd hadden ze nog priesters op overschot om de parochies te bevolken. Stel je voor! Zo werd ik na de grote vakantie van 1967 naar het college van Blankenberge gestuurd als prefect van de lagere afdeling. Ik gaf ook catechese in alle klassen alsook bij de eerstejaars van het middelbaar. In 1969 mocht ik de schoolpoort verlaten en werd ik medepastoor in De Panne Sint-Pieter. In 1971 werd ik medepastoor op de Magdalena in Brugge en in 1981 mocht ik eveneens als medepastoor verhuizen naar Kortrijk Sint-Elisabeth. In 1992 werd ik dan eindelijk pastoor op de Arendswijk in Harelbeke. In 1998 werd ik pastoor in Koolskamp in de federatie Ardooie-Koolskamp. Eind juni 2003 werd ik dan pastoor op de Zilverberg die toen nog een autonome parochie was. Maar niet voor lang, want in oktober van datzelfde jaar werd de federatie Rumbeke-Oekene-Beitem-Zilverberg boven de doopvont gehouden. Tot zover heel mijn parcours. Aan hoeveel levens zit ik al?’

En wat zal de toekomst brengen, pastoor Guido?

‘Zoals het kerkelijk recht voorschrijft heb ik in april laatstleden, toen ik vijfenzeventig werd, mijn ontslagbrief gestuurd naar het bisdom. Binnenkort heb ik een gesprek bij de bisschop. Ik zal hem vragen het wat kalmer aan te mogen doen zonder de druk van administratie en verantwoordelijkheid. Meer tijd om te lezen, om te genieten van de natuur, om vrienden te bezoeken … Maar ik wil hier graag beschikbaar blijven voor kerkdiensten.’

Tot slot, hoe sta je tegenover al de veranderingen die je in de kerk hebt meegemaakt?

‘Er is inderdaad veel veranderd. We zijn een kleinere kerk geworden met ook minder aandacht voor het uiterlijke. Ik heb rap mijn Romeinse priesterboord afgelegd. We zijn geen machtskerk meer zoals voorheen. Maar persoonlijk vind ik dat er teveel aandacht gaat naar structuren, dat er teveel energie gestoken wordt in vergaderen en vergaderen. Onze grote opdracht als kerk is mensen samenbrengen in een wereld waar we uit elkaar aan het groeien zijn.’

Bedankt, Guido voor dit gesprek. Moge het verder goed gaan in je leven. “Mensen samenbrengen”, zeg je. Wel, dat zullen we doen op je gouden feest op 1 juli. Eerst in de kerk en dan in de tuin achter je pastorie. We zullen er een lap op geven.

 

Luc Blomme

DELEN

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.