WIE OF WAT IS EEN OKAN-KLAS?

OKAN staat voor Onthaalklas voor Anderstalige Nieuwkomers. OKAN Sint-Michiel Roeselare startte in januari 2016. Vandaag zijn er vijf klassen met nieuwkomers die Nederlands leren, verdeeld over Campus Zuid en Campus Leenstraat. De klassen bevinden zich in het Klein Seminarie, VABI en VTI.

In OKAN zitten leerlingen van alle culturen samen. Bijna iedereen spreekt een andere taal en heeft andere gewoontes. Het opmerkelijke is dat de meeste leerlingen heel open staan voor elkaars cultuur en ook van elkaar willen leren.

 

Collin (14) vertelt hoe leuk hij het vindt om in OKAN te zitten. Hij maakt dan ook snel vrienden, met wie hij vooral Nederlands spreekt, maar niet altijd: ‘Ondertussen heb ik al wat Roemeens geleerd. Ce mai faci betekent hoe gaat het? en paraplu is sambreel in het Afrikaans, ook een leuk woord. Je leert heel veel van elkaars taal en cultuur, dat vind ik het leuke aan OKAN.’

Collin, die uit Tanzania komt, startte op 1 september in ‘klas oranje’ in het Klein Seminarie. ‘Op de eerste schooldag was ik nog maar één week in België. Toen ik in de klas zat, begreep ik nog niets. Om mijn Nederlands te verbeteren, ga ik geregeld naar de bibliotheek om boeken.’

De meeste leerlingen willen echt leren omdat ze beseffen dat Nederlands leren hen een nieuwe toekomst kan brengen. Als leerkracht geeft het voldoening om na een aantal weken een klein gesprekje te kunnen voeren met de leerlingen. Tijdens de lessen is er ook tijd voor een luchtige babbel. Omdat er ademruimte is, heb je meer tijd om elkaar te leren kennen en dat komt de klassfeer ten goede.

De klas waar de leerlingen hun eerste woorden Nederlands leren is de ‘rode klas’. Dit klasje is eigenlijk de ‘welkomklas’. Minderjarigen die nog maar net in België zijn, brengen hun eerste weken in die klas door. Hier krijgen ze een eerste Nederlands taalbad en maken ze kennis met ons onderwijssysteem. Ze leren om zelfredzaam te zijn in het Nederlands en dat gaat opvallend snel.

Tijdens die eerste weken kunnen we als leerkrachten de leerlingen observeren en achterhalen hoe snel ze Nederlands leren en op welk niveau ze les kregen in hun thuisland. Bovendien leren we ook het karakter van de leerlingen kennen en hebben we zicht op hoe ze functioneren in groep.

 

Daria (12) komt uit Roemenië, zij veranderde net voor de paasvakantie van klas. Ze verliet de welkomklas na een aantal weken en mocht naar de groene klas, in het VABI. Een nieuw avontuur voor Daria: ‘Toen ik hoorde dat ik naar een andere klas mocht, waren mijn mama en ik heel erg blij! De eerste uren waren wel een beetje spannend, want ik zou alweer nieuwe mensen moeten leren kennen. Maar ik ben heel blij in mijn nieuwe klas. Er zitten heel erg lieve meisjes van mijn leeftijd, dat wordt leuk. Toch zal ik de rode klas wat missen, vooral de leerkrachten! Nederlands spreken blijft nog moeilijk. ‘Ik wil zoveel vertellen, maar ik kan geen goede zinnen maken en ik ken te weinig woorden om altijd duidelijk te maken wat ik bedoel. Gelukkig spreek ik een beetje Engels en heeft iedereen hier veel geduld.’

 

Amir (17) volgt dan weer les in de ‘gele klas’ in het VTI; de meesten uit die klas volgen al OKAN sinds het vorige schooljaar. Amir herinnert zich zijn allereerste schooldag nog goed, vorig jaar in april. ‘Ik was beschaamd. Op de speelplaats en in de eetzaal keek iedereen naar ons. Nu heb ik dat gevoel veel minder. Het leuke aan mijn klas van dit schooljaar is dat er nog drie leerlingen zijn die dezelfde taal spreken als ik: het Dari.’ Dat geeft Amir een geruststellend gevoel: als hij iets niet begrijpt, kunnen anderen iets voor hem vertalen, of omgekeerd. ‘Dit jaar gaat het al veel beter om te spreken dan vorig jaar, ik spreek graag Nederlands en vind het ook heel belangrijk. Elke dag ga ik met de schoolbus naar school. Dan praat ik Nederlands met een andere leerling of een leraar die ons begeleidt.’

Laura Debie en Barbara Daeninck, OKAN-leerkrachten

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.